Zwart-wit

Verhaal 2 groot_1


‘Geachte aanwezigen, mijne heren’, langzaam en plechtig begint Paumelle zijn betoog, wetend dat de spiegel – als altijd – aan zijn lippen zal hangen.

‘Geachte aanwezigen, natuurlijk ben ik mij bewust van het historische belang van deze avond.., natuurlijk weet ik, met u, wat een belangrijke stap onze natie bij deze verkiezingen genomen heeft. En het maakt me blij en vervult me met trots en ootmoed.., het doet me goed – in de puurste betekenis van het woord – dat ik, dat juist ik door u verkozen ben tot eerste dictator van onze jonge democratische dictatuur.’

Voorzichtig ga ik iets verzitten op mijn bemoste stukje muur terwijl de iets te hoge stem van Paumelle achter de esdoornbladeren onvermoeibaar doorgaat. Ik weet wat er komen gaat: de bril, de frons, de stelling, de argumentatie, de zakdoek en de triomfantelijke glimlach. Ik zet mijzelf er toe verder te luisteren, al is het maar om uit te maken wie ik de afgelopen dagen meer ben gaan haten: de eeuwig terugkomende aanwezigen, mijn oncomfortabele zitplaats of Paumelle zelf.

‘Kan het zo zijn?…’, Paumelle neemt zijn bril af en kijkt nadenkend de denkbeeldige zaal in. ‘Kan het zo zijn dat de oplossing voor ongelijkheid; dat schijnbaar onverhelpbare kwaad dat knaagt aan onze jonge natie, kan het zo zijn dat de oplossing voor dit probleem binnen handbereik ligt? Kan het zo zijn dat we eindelijk, via deze voorheen zo bekritiseerde weg, gelijkheid tussen allen kunnen bewerkstelligen? Kan het zo zijn.., ik durf het haast niet uit te spreken, kan het zo zijn dat mijn eerste bevelschrift, mijn eerste wapenfeit de overbodig geworden ongelijkheid tussen mensen uit de wereld helpt?’

Paumelle begint op dreef te raken, zijn gebaren worden driftiger, zijn stem zo luid dat ik hem duidelijk horen kan. ‘Deze mogelijkheid roert mij, mijne heren, ze roert me diep.’ Ik denk dat ik Paumelle zelf het meest haat. Ik dwing mijzelf hem het meest te haten. ‘Geachte aanwezigen, u hebt het goed verstaan..,’ Paumelle lijkt even na te denken, strijkt zich door het haar en schikt de das.., ‘onnodige ongelijkheid’

‘Heren, voor u ligt het Rapport King, of, zoals ik het graag noemen mag: De weg naar een betere toekomst.’‘Schoonheid, waarheid, kunst en wetenschap worden nu nog geregeerd door dat andere verschrikkelijke woord: hiërarchie. Waarom pakt niemand de bron van alle kwaad aan, waarom roeien we de ongelijkheid niet met wortel en tak uit, waarom begraven we hiërarchie niet in een naamloos graf?’

‘Mijne heren, tegenover pesterijen stelt het Rapport King uniformen, tegenover seksuele intimidatie, aanranding en verkrachting stelt het castratie en tegenover die moeder van alle ongelijkheid, het beest dat rassendiscriminatie genoemd wordt, stelt het de afschaffing van kleurenfotografie.’ Paumelle schreeuwt het uit en zwelt op als een hitsige doffer. Zwaaiend met de vleugels naar zijn
denkbeeldig gehoor smijt hij brede schaduwen tegen de muur, gooit het hoofd extatisch in de nek en draait kirrend rond zijn as.

‘Dit, mijne heren zal onze toekomst verbeteren, dit zal onze kinderen en kleinkinderen vrede garanderen. Vrijheid, gelijkheid en broederschap voor allen, maar de uitnemendste van
deze is gelijkheid. Ga met mij mee een rooskleurig tijdperk in! Volg mij voor vernieuwing die werkelijk verandering brengt!’

Ik heb genoeg gezien, ik heb genoeg gehoord en ik weet al veel te veel.
Terwijl Paumelle langzaam terugvloeit naar zijn normale vorm laat ik mij van de muur glijden, onderwijl zachtjes de zin mompelend die onvermijdelijk komen gaat: ‘Mijne heren, ons wacht een Utopia’.

Geschreven door Jurie Florijn met foto’s van Rudina Coraj