Onbeperkt Uitzicht

bread_def

Hij had één film nodig gehad, een pareltje getiteld Brahman om zich te verzekeren van een flat met uitzicht, elke dag een warme maaltijd en ’s avonds een Orval.

“Vroeger had ik een duifje, zo blauw als de hemel. Geen prijs won ze, maar elke week viel ze als een baksteen uit de hemel. Na het afslaan dronken we een pintje om dat duifje te zien vallen.”De duivenmelker glimlacht bij de herinnering en wrijft de eeltige knokkels over zijn knieën. De jongen glimlacht ook en denkt aan zijn eigen duiven in het zelfgebouwde hokje achter de schuur. Hij legt zijn wang op de rand van de warme kaaien, knijpt één oog dicht en volgt de lijn van het water tot aan het gras dat tussen de grijze keien groeit, tot aan zongebruinde benen onder een opwaaiend wit zomerjurkje. Vlug krabbelt hij overeind en trekt zijn broek een beetje op. De duivenmelker knijpt zijn ogen tot spleetjes en draait zijn gezicht naar de zon. Hij weet allang dat vallende duifjes en zelfgebouwde hokjes geen partij zijn voor gebruinde meisjesbenen en witte zomerjurkjes.

Zijn jas ligt achteloos tegen een meerpaal terwijl hij demonstreert hoe Ronaldinho Chelsea bijna op de knieën krijgt met een puntertje. Triomfantelijk keert hij zich naar het water: jong genoeg om de machtige stroom uit te dagen, te oud om er zich in te verliezen. Hij laat zich naast haar neervallen, nonchalant, en ze staart naar de blonde haartjes op zijn armen. “Een zoen tussen mannen heeft iets haastigs”, zegt hij uit het niets en hij kijkt haar uitdagend aan, “een zoen tussen vrouwen iets gemeens. De juiste zoen is tussen een man en een vrouw”. Ze houdt van zijn passie, genoeg om haar hoofd naar zijn schouder te laten zakken. Hij klemt zijn kaken opeen, hoe ver kan hij z’n schouder optrekken zonder dat het opvalt? Nu raken ze en ademen gezamenlijk uit. De wereld verandert van kleur, gewoon door hen. De lucht explodeert en omhult haar met volmaakte pastelkleuren.

Ze was de slimste hoer van het bordeel, de meeste mannen meden haar als de pest. De kleine kring vaste zakenrelaties die ze ontving behandelden haar met oprecht respect. Tot er één zijn boekje te buiten ging en haar een baan als tandartsassistente aanbood. Als de zon slaapt, de stad op een waakvlam staat en de warmte enkel nog diep in de keien gloeit komt ze naar de waterkant. Voetje voor voetje, behoedzaam als een koorddanseres tippelt ze naar de stroom die haar welwillend tegemoet dampt. Voorzichtig heft ze een lied aan, puur en echt, vanuit haar eigen hart. Vastberaden zwelt het aan, alsof het onder water gehoord wil worden. Rustig staat ze daar als vrouwe Godiva in duet met de Schelde. Juichend draagt de mist haar stem, verder en verder zonder dat er een noot verloren gaat. Nu beklimt het de linkeroever en gooit zichzelf jubelend tegen de grijze flats.

Hij knijpt één oog dicht en heft het glas naar de bleke maan. Ik wist het wel, denkt hij met een glimlach: meer dan een Orval en drie ramen met uitzicht heeft een man niet nodig om gelukkig te zijn.


Geschreven door Jurie Florijn met foto’s van Job Thomas Photography