Draadjesvlees

draadjesvlees


De ruimte is slecht verlicht en schemerig. Vakkundig slijpt ze haar mes terwijl ze op haar lip bijt en kijkt haar slachtoffers fronsend aan. Haar slanke, beringde hand weegt de rode uien, één voor één, en kleedt ze voorzichtig uit. Naakt en weerloos liggen ze op het donkere hout van de snijplank. Langzaam en onverbiddelijk glijdt het mes langs het paars en wit, paars en wit; volmaakte blokjes brunoise voor een volmaakt gerecht.

Ze schenkt de olie in de pan en houdt liefkozend haar vinger onder de dunne straal; om te voelen en te proeven. Geduldig wacht ze tot de olie heet is en laat dan de uien en knoflook van de plank af glijden. Sissend en dampend ondergaan ze hun lot, een enkeling springt op om aan de verzengende hitte te ontsnappen. Een glimlach speelt om haar lippen als ze met de muis van haar hand de jeneverbessen en kruidnagels onder het mes plet.

Ze strijkt een pluk haar voor haar ogen weg en buigt zich over het aanrecht om het rauwe lam ten afscheid te zoenen. Ze pakt het op, streelt het roze vlees en vlijt het in de pan. Het siddert onder haar hand als de hete smaken de open wonden binnendringen. Het bier is al ontkurkt en afwezig spelen haar vingers met de hals. Temperatuur is essentieel en dus wacht ze met haar vlakke hand boven de pan. Nu. Beslist schenkt ze het donkere vocht uit om de smaken op te sluiten. De wereld vergaat, alles borrelt en bruist van pijn, berust en zwijgt. Doodstil wacht het gerecht op de volgende verzoeking.

Een stukje boter op het vlees, de laurierblaadjes kneuzen en alles bedekken met cherrytomaatjes, zongedroogde tomaatjes en kastanjechampignons. Ze doet het deksel op de pan en veegt de zweetdruppels weg die zich nieuwsgierig op haar voorhoofd hebben verzameld. Het belangrijkste is achter de rug.

Ze gaat de tuin in. Badend in het zonlicht sieren diamanten druppels de frisgroene kruiden. Ze knielt naast de rozemarijn en laat een jonge scheut rusten op de rug van haar hand. Onverbiddelijk haalt ze het mes langs de stengel, een vochtige plek is alles wat achterblijft. Nu de bieslook, de munt, tijm en basilicum.

Ze richt zich op en weegt afwezig het mes in haar hand. Ze denkt aan mij.

Geschreven door Jurie Florijn
met foto’s van Leonard Walpot (LNRD Photography)